Menu Sluiten

Hoe leer je voor een toets?

Hoe leer je voor je toets?

Er wordt enorm geploeterd bij het Leerstation: toetsweek! Samen delen we de stof op in hapklare blokjes en maken we een planning voor het studeren. Dan gaan we aan de slag en aan het eind van de middag komt het spannendste moment: is het al goed genoeg?

Hoe bereid je je goed voor op je wiskunde, scheikunde of natuurkunde toets? En hoe kan je zelf testen of je je toets al goed genoeg geleerd hebt voor een dikke voldoende? Hier onze beste tips!

  1. Oefenen, oefenen en oefenen
    De exacte vakken zijn net als voetbal: het klinkt makkelijk als je het hoort (“schop de bal in het doel”), maar het duurt jaren oefenen voordat het je goed lukt. Het is een vaardigheid die je moet trainen. Zo werkt dat bij de exacte vakken ook: luisteren of lezen is handig als je de theorie nog nooit hebt gehoord, maar daarna moet je vooral heel veel trainen door sommen te maken. De sommen uit het boek, de diagnostische toets, de test jezelf, examensommen en een oefentoets: er is materiaal genoeg.
  2. Stop pas als je sommen herkent
    Heel veel sommen zijn eigenlijk hetzelfde. Niet de letterlijke tekst in de som, maar de strategie. Als je een paar keer achter elkaar denkt “hee, hier moet ik weer precies hetzelfde trucje doen als bij die andere som laatst”, of “oja dit lijkt op wat ik gisteren deed, maar nu in omgekeerde richting”, dan weet je dat je er klaar voor bent. Je hebt dan de algemene oplossingsstrategie van een soort som begrepen, en kunt die nu op alles toepassen.
  3. Spreid het werk
    Na een tijdje zit je er lekker in en maak je alle sommen goed, maar het zou zomaar kunnen dat je het morgen weer een beetje vergeten bent. Je kan beter iedere dag een paar sommen maken, een hele week lang, dan op één dag alle sommen achter elkaar maken. Zo kunnen je hersenen de boel beter onthouden.
  4. Maak huiswerk alsof het een toets is
    Onze meest slordige leerlingen hebben de grootste frustratie: ze zijn vaak slim zat, maar zijn zo nonchalant en slordig dat ze toch onvoldoendes halen. Als ze huiswerk maken, maken ze vage, scheve grafieken, schrijven ze geen formules of berekeningen op en negeren ze alle vragen die met “leg uit” beginnen. Natuurlijk “maar dat doe ik op de toets nooit hoor, dan doe ik het wel netjes!”, maar hun onvoldoendes spreken voor zich. Ook het netjes opschrijven van je antwoord moet je trainen, zodat je leert hoe je dat snel en goed doet. Dus maak je huiswerk al alsof het een toets is: netjes, volledig, met de hele berekening erbij.
  5. Gebruik het antwoordenboekje met beleid
    Als je steeds direct naar het juiste antwoord kijkt vóórdat je zelf de som hebt uitgewerkt, gebeuren er twee dingen die je niet wilt: je hersenen worden lui en je komt er nooit achter of je het echt zelf snapt. Leg het antwoordenboekje dus steeds weer weg en gebruik het pas als je een paar sommen helemaal af hebt. Natuurlijk mag je even spieken als je echt geen enkel flauw idee hebt, maar daarna moet het direct weer dicht.

Onze leerlingen denken er natuurlijk anders over, maar ik vind de toetsweek heerlijk. Er wordt lekker hard gewerkt en het aantal gevallen kwartjes per minuut is hoger dan ooit. Was het maar iedere week toetsweek.